Afbeelding
Foto: Kieknou/IVN Laarbeek

Ijsvogel regelmatig te zien in natuurtuin IVN Laarbeek

Dier & Natuur

Laarbeek - Een blauwe flits over het wateroppervlak, een fluitende roep. Onmiskenbaar de ijsvogel. Een van de mooiste vogels van Nederland vind je op verschillende plekken in Laarbeek. Ook in de natuurtuin van IVN Laarbeek wordt hij regelmatig gespot.

IJsvogels zijn voor hun voedsel afhankelijk van helder water en vis. Ze zijn dus zeer kwetsbaar tijdens langdurige vorstperiodes. Na de zeer strenge winter van 1962-1963 waren er nog maar 10 broedparen in Nederland over. Maar met drie broedsels van zeven jongen per jaar kunnen ze zich weer snel herstellen. Tot het jaar 2000 waren er in Nederland gemiddeld 200 tot 250 broedparen. Daarna is dat opgelopen naar 1000 broedparen per jaar. Door de minder strenge winters, het schonere water en door het aanleggen van kunstmatige broedplaatsen is het aantal broedparen flink toegenomen. 

Voortplanting
Het mannetje zoekt een territorium op. Het vrouwtje gaat vervolgens op zoek naar een mannetje. Samen gaan ze eerst een geschikte nestlocatie zoeken. Dit is in een steile oeverwand waar ze een nestgang van 70-100 cm diep in maken. Vervolgens probeert het mannetje het vrouwtje te verleiden door het aanbieden van een vis, met de kop naar voren. Zodra die geaccepteerd is, kan er worden overgegaan tot paring. Het vrouwtje zal dan elke dag een ei leggen. Ze legt 6-7 eieren. Na het leggen van het laatste ei gaan zowel het mannetje als het vrouwtje over tot het uitbroeden van de eieren. Na 18-21 dagen komen ze uit. De jonge ijsvogels worden naakt en blind geboren. Pas na acht dagen gaan de ogen open. Vaak vliegen de jongen op de 26e dag uit. Vooral de laatste twee weken voordat ze uitvliegen, moeten de ouders veel vissen voor ze vangen.

Een ijsvogel eet voornamelijk vis, maar daarnaast ook libellen en kevers. Vanaf een tak boven het water zoekt hij naar vis. Zodra hij die ziet, duikt hij met zijn snavel vooruit het water in en pakt het visje er met zijn lange snavel uit. Daarna vliegt hij terug naar dezelfde plek en slaat zijn prooi tegen de tak dood. Met de kop van de vis naar voren laat hij die zijn bek in glijden. Voor zichzelf heeft de ijsvogel elk uur een vis nodig, maar als er jongen zijn, is een veelvoud daarvan noodzakelijk. Het is dus hard werken als de jongen groter worden. 

.