Afbeelding

Column Martien: Notulen, strapatsen, hurken en kapsones

Nieuws Column

Ik heb van de redactie begrepen dat mijn schrijfsels heden ten dage ook in Gemert en in Rosmalen in de krant komen. Nu kan ik het alleen maar toejuichen dat mensen in meer gemeenten mijn wetenswaardigheden lezen en zodoende meer te weten komen over onze taal. Maar dan is het misschien niet meer dan logisch dat ik mijn taalcolumn ook even kort voorstel. Zo’n tien jaar geleden stuurde ik een mail naar de redactie van DeMooiLaarbeekKrant met de vraag of een taalcolumn in de krant zou passen. Sindsdien sta ik in dit hoekje van de krant. Mijn column gaat niet over saaie grammaticaregels of wetenschappelijke verhandelingen over de geschiedenis van de puntkomma. Het zijn weetjes over bijvoorbeeld het verschil tussen tweejarige koeien of twee jarige koeien (de laatste zijn koeien die hun verjaardag vieren). Of je leert dat de zanger Enrique Iglesias in Brabant Henk van de Kerkhof heet. Of dat antonomasie betekent dat een merknaam zo bekend is geworden dat het een zelfstandig naamwoord is geworden, zoals een pamper of een labello. De input voor die columns komt overal vandaan. Bijvoorbeeld toen Axelle (mijn vrouw, voor de nieuwe lezers) het liedje Stiekem gedanst van Toontje Lager opzette, en ik daar een column over corona aan wijdde. Deze week speelde ik op de website van NRC Handelsblad het spelletje Precies Vier. Dan moet je uit 16 woorden die ogenschijnlijk niks met elkaar te maken hebben vier groepen van vier woorden zoeken. Eén groep was notulen, strapatsen, hurken en kapsones. Dat waren dan woorden waarvan geen enkelvoud bestaat. Je kunt tijdens een vergadering niet maar één notuul hebben (behalve als het misschien een extreem korte vergadering was). Je kunt blijkbaar alleen maar meerdere strapatsen uithalen (ook al komt het woord van het Italiaanse strapazzo, dat wel degelijk enkelvoudig is). Je kunt wel zeggen “Ik hurk”, maar je kunt niet op maar één hurk zitten. Sterker nog: de hurken bestaan helemaal niet. Je kunt alleen in de hurkhouding zitten, door te hurken. Het laatste woord van die groep van vier was kapsones. Dat is wel logisch. Want iemand die kapsones heeft, heeft sowieso niet genoeg aan maar één kapsoon. Die heeft er meerdere nodig. Om deze column met een nieuw feitje af te sluiten: zo’n woord dat alleen maar in het meervoud bestaat, heet een plurale tantum. Plurale betekent ‘meervoud’ en tantum betekent ‘slechts’. Slechts meervoud dus. Zo eenvoudig kan het zijn. Hopelijk hebben alle lezers uit Laarbeek en dus ook uit Gemert en Rosmalen van deze column genoten.