Afbeelding
Foto:

Beek en Donkse Frank maakte baanwissel en werd treinmachinist: “Heb geen moment spijt gehad”

Human Interest

Beek en Donk - De Beek en Donkse Frank Vermulst (49) werkte jarenlang op de tekenkamer van een bouwbedrijf, maar stapte twee jaar geleden over naar de treincabine. “Het was een gok, maar die heeft goed uitgepakt.”

Vermulst is opgegroeid in Gemert en woont met zijn gezin in Beek en Donk. Als bouwkundig tekenaar was hij een gewaardeerde kracht. “Ik had het naar mijn zin en kon goed overweg met mijn bazen en collega’s. Tegen hen heb ik altijd gezegd: ‘Als ik ooit wat anders ga doen, dan moet het totaal iets anders zijn.’ Eerlijk gezegd had ik niet verwacht dat het zover zou komen. Een kameraad van mij, Bart Crommentuijn, is bijna tien jaar treinmachinist bij de Nederlandse Spoorwegen. Zijn enthousiaste verhalen zaten al in mijn achterhoofd, toen ik een nieuwe wervingscampagne van de NS op tv voorbij zag komen. Ik weet nog dat ik met mijn vrouw op de bank zat en dat Mayke me enigszins verbaasd aankeek toen ik zei: ‘Zal ik reageren? Het lijkt me wel mooi om een trein te besturen’.”

Met de steun van het thuisfront heeft Frank vervolgens gesolliciteerd. “Eerst werd ik gebeld door een recruiter die informeerde naar mijn arbeidsverleden en motivatie. De tweede ronde was vergelijkbaar, alleen dan online, via een beeldverbinding met twee NS-functionarissen. Na een medische keuring, een psychologische en een intelligentietest mocht ik door naar de opleiding. Die duurt ongeveer een jaar. Het opleidingscentrum is gevestigd in Amersfoort, maar je hoeft niet elke dag op en neer. Het theoretische deel is vooral thuisstudie. Dat is stevig aanpoten. Het is op mbo-niveau, maar wel in een hbo-tempo. Na ruim drie maanden blokken, leg je twee algemene theorie-examens af. Met behulp van een simulator wordt getoetst of je veilig en volgens de voorschriften rijdt en communiceert. Twee dagen nadat ik met de opleiding gestart was, mocht ik al met een ervaren machinist meerijden. Daar leer je veel van, zeker omdat je verschillende mentoren hebt. Je mag pas volledig zelfstandig rijden als je de opleiding hebt afgerond en daarna nog 60 dagen werkt in een beperkt gebied. Vanuit Eindhoven is dat naar Venlo, Heerlen, Maastricht, ’s-Hertogenbosch en Tilburg Universiteit. Je kunt dan rustig wennen aan de trein en de manier van werken. Daarna doe je voor elk wegvak dat erbij komt, opnieuw examen.”

Voor Frank is Eindhoven de vaste standplaats. “Een week van tevoren krijg ik mijn dienstkaart, met het rooster voor de volgende week. Ik weet dus ruim vooraf welke ritten ik rijd en waar ik op welk tijdstip moet zijn. Ik bestuur zes verschillende treintypen. De baanvakken die in het ‘pakket’ van Eindhoven zitten, mag ik allemaal rijden. Ik heb meestal vroege dienst. Ik begin dan tussen 04.00 en 08.00 uur ‘s morgens en ben tussen 11.00 en 15.00 uur weer thuis. Dat betekent wel op tijd naar bed gaan, maar daar heb ik geen moeite mee. Ik slaap goed. Als ik naar mijn werk ga is het nog lekker rustig op de weg. Ik ben binnen twintig minuten op Eindhoven Centraal.”

Een trein besturen lijkt niet op fietsen of autorijden, de enige overeenkomst is dat je bij alle drie vooruit moet kijken. “Het rijden op zich stelt het niet zoveel voor”, vervolgt Frank. “Duw je de hendel naar voren, dan begint de trein te rijden. Duw je de handel naar achteren dan begint de trein te remmen. Je moet vooral gefocust blijven op wat er om je heen gebeurt, goed voorbereid zijn op wat er kan gebeuren en direct kunnen handelen als er iets gebeurt. Loopt alles op rolletjes, dan heb je een rustige baan in een rijdend kantoor met een mooi uitzicht. Je wordt er in de regel niet moe van. In het donker is het wel wat zwaarder, omdat je minder zicht hebt. Daarom rijd ik het liefst naar het licht toe. De cabine is mijn domein. Alles wat er erachteraan komt is voor de passagiers en de conducteurs. Onderweg houd ik via de portofoon contact met mijn collega’s. Tussen de ritten door is er vaak wel gelegenheid om even bij te praten in de verblijfruimte op het station. Meestal gaat het over koetjes en kalfjes. Soms worden er ook heftige ervaringen gedeeld, zoals fysiek of verbaal geweld op de trein, of een aanrijding met een voertuig, dier of persoon.”

Vaak krijgt hij de vraag ‘Heb je al iemand voor de trein gehad?’. Frank: “Nee, nog niet, maar de kans is groot dat het een keer gebeurt. Ik ben niet bang voor dat moment. Je kunt je er eigenlijk niet op voorbereiden en het is toch maar afwachten hoe je in de praktijk reageert. Wat ik wel weet is dat er vanuit de NS goede begeleiding en nazorg is. Mocht het zo traumatisch zijn dat je niet meer terug op de trein kunt, dan zijn er bij een groot bedrijf als de spoorwegen nog voldoende andere functies beschikbaar. De baanzekerheid is dus groot.”

Al met al is Frank erg tevreden met zijn baanwissel. “Als mijn dienst erop zit, dan is het ook echt einde werkdag. Dat is fijn. Je kunt het helemaal afsluiten. Vroeger kon dat niet. Er waren zoveel lopende zaken die opgepakt en opgelost moesten worden, dat bleef ook thuis door je hoofd spelen. Werken bij een semi-overheidsorganisatie is een wereld van verschil. Enerzijds is er minder druk om te presteren, anderzijds is het soms minder efficiënt, omdat het over veel meer schijven gaat. Dat was best even wennen. Per saldo zijn de plussen groter, dan de minnen. Ik heb geen moment spijt gehad.”

Afbeelding